het eu-hof van justitie oordeelde op 22 februari jl. in deze zaken (c-398/16 en c-399/16) dat de nederlandse renteaftrekregeling voor binnenlandse moeder- en dochtervennootschappen die tot een fiscale eenheid behoren voor de vpb, in strijd was met het eu-recht. de renteaftrekregeling vormde een ongerechtvaardigde discriminatie van binnenlandse moedervennootschappen met buitenlandse dochtervennootschappen, waarvoor de renteaftrek niet geldt. nederland moest zijn wetgeving aanpassen. de uitkomst van de uitspraak bij het eu-hof kwam niet onverwacht. eind oktober 2017 werd hier al op geanticipeerd met de aankondiging van spoedreparaties. het wetsvoorstel daartoe ligt momenteel bij de tweede kamer.

wijziging terugwerkende kracht spoedreparaties
de terugwerkende kracht van het wetsvoorstel met spoedreparaties aan het fiscale eenheidsregime in de vpb heeft een terugwerkende kracht tot 25 oktober 2017, 11.00 uur (datum conclusie a-g bij het eu-hof). inmiddels is voorgesteld om de terugwerkende kracht te beperken tot 1 januari 2018. sindsdien wordt de fiscale eenheid geacht niet te bestaan voor de toepassing van bepaalde regelingen, zoals de renteaftrekbeperking om winstdrainage te voorkomen, de deelnemingsvrijstelling, de renteaftrekbeperking bij bovenmatige deelnemingsrente en de verliesverrekening bij wijziging van het belang.
de wijziging van de terugwerkende kracht heeft tot gevolg dat de spoedreparatie niet hoeft te worden verwerkt in de vpb-aangifte 2017. het splitsen naar ‘oud’ en nieuw regime (na 25 oktober 2017) wordt hiermee voorkomen. is de vpb-aangifte over 2017 al ingediend? in dat geval zal een correctie moeten worden ingediend.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief