In de zaak zelf betrof het een interne financiering waarbij X een Nederlandse vennootschap F kocht. Deze vennootschap werd gefinancierd met leningen van een Belgische groepsvennootschap C, die hiervoor eigen vermogen kreeg van aandeelhouder A. De Belastingdienst weigerde de renteaftrek op grond van artikel 10a. Het Hof benadrukt dat marktconforme voorwaarden (Lexel AB-arrest) onvoldoende zijn voor renteaftrek: er moet ook een economische logica achter de lening zitten. De volledige renteaftrek mag worden geweigerd wanneer een lening nooit zou zijn aangegaan indien er tussen de betrokken ondernemingen geen bijzondere betrekkingen bestonden waardoor deze helemaal geen economische rechtvaardiging heeft en puur is opgezet voor belastingvoordeel.

Weigering renteaftrek terecht
In het eindarrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2026:60) wordt geoordeeld dat C slechts als doorgeefluik fungeerde en geen financiële spilfunctie vervulde. Het eigen vermogen van de groep wordt gepresenteerd als vreemd vermogen bij de Nederlandse vennootschap om een rentelast te creëren. De volledige renteaftrek mocht daarom worden geweigerd. Ook bevestigt de Hoge Raad dat renteaftrekbeperkingen op grond van fraus legis mogelijk blijven, zelfs wanneer de tegenbewijsregeling van artikel 10a, lid 3 slaagt.

Conclusie
Wanneer je bezwaar hebt gemaakt voor jouw klant tegen de renteaftrekbeperking van art. 10a Vpb onder verwijzing naar het Lexel AB-arrest, kun je naar alle verwachting een afwijzing van de Belastingdienst verwachten.

Raymond Terpstra, fiscalist internationaal.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief