het gaat om ruim 700.000 huishoudens, waarvan niet alleen de looptijd van de lening, maar ook de periode van renteaftrek eindigt in die jaren. aandacht voor onder meer de risico’s:
- looptijd en opeisbaarheidsrisico: er zijn veel aflossingsvrije hypotheken afgesloten met een looptijd voor onbepaalde tijd. de bank wil van deze looptijd af en probeert deze – door middel van nieuwe voorwaarden – op maximaal 30 jaar te zetten. een verandering van looptijd kan bijvoorbeeld van toepassing zijn bij rentemiddeling of een interne omzetting van de hypotheek. voor zover er wel een einde looptijd is vastgelegd, willen steeds meer banken de klant opnieuw beoordelen op zijn of haar inkomen en de waarde van de woning. de bank mag een nieuwe lening namelijk alleen verstrekken wanneer deze verantwoord is. daarvoor worden een ‘loan tot income (lti)’ – en een ‘loan to value (ltv)’-toets uitgevoerd. de maandlasten moeten op lange termijn aantoonbaar betaalbaar blijven en de hypotheekschuld moet in verhouding staan tot de waarde van de woning (ltv). bij een positieve uitkomst kan de aflossingsvrije hypotheek worden verlengd, mits de aflossingsvrije hypotheek niet hoger is dan 50% van de woningwaarde. bij een negatieve uitkomst kan de bank je verplichten tot gedeeltelijke of volledige aflossing. om verplichte verkoop van je woning te voorkomen, zijn er dan voldoende eigen middelen noodzakelijk.
- rente: de renteaftrek bedraagt maximaal 30 jaar, daarna worden de brutolasten nettolasten. bij aflossingsvrije hypotheken werkt het effect van een rentewijziging volledig door in de maandlast. ter vergelijking: bij een annuïtaire of een lineaire hypotheek betekent een verdubbeling van de rente slechts een stijging van de maandlast van circa 20% (afhankelijk van het meetmoment).
- pensioendatum: bij een lti-toets binnen een termijn van 10 jaar voor pensioendatum wordt ook het pensioeninkomen bekeken. dit is vaak lager dan het huidige inkomen, waardoor de leencapaciteit daalt. wanneer het gaat om pensioengerechtigden met een stabiel inkomen, mogen – in afwijking van de wettelijke leennormen – de werkelijke maandlasten als uitgangspunt worden genomen.
- overlijdensrisico partner: als er (nog) geen of een te lage overlijdensrisicoverzekering (orv) is, zal de maandlast na het overlijden van de partner betaald moeten worden met het inkomen van de langstlevende. in het gunstigste geval blijft het inkomen van de langstlevende hoog genoeg en is er geen probleem. maar als dit er wel is, is het vaak niet meer mogelijk of (bijna) onbetaalbaar om alsnog een orv af te sluiten, gezien de leeftijd van de potentiële verzekerden en mogelijke gezondheidsrisico’s.
tip
beoordeel welke oplossing c.q. welke combinatie van oplossingen het beste past. nu direct het resterende vermogen aflossen is niet altijd het beste advies. vraag de nieuwe voorwaarden op van de bank en laat deze beoordelen door een financieel adviseur.