lees meer
in de memorie van toelichting lees je op pagina 7: “bijna driekwart van de werknemers die hiermee te maken kreeg, kon langere tijd niet goed functioneren op het werk”. verderop staat: “medewerkers die door rouw uitvallen zijn gemiddeld 219 dagen uit het arbeidsproces.” dan rijst de vraag: wat voor een verschil kan 1 x de gemiddelde arbeidsduur per week aan verlof uitmaken in dergelijke situaties?

de overheid wil dat de werkgever het loon in dit soort situaties doorbetaalt en kent geen uitkering toe. zij motiveert dit als volgt (zie pagina 12): “de aanvraag moet door de werkgever worden aangevraagd bij het uwv en vervolgens door de werkgever worden uitbetaald aan de werknemer. dit brengt veel (!) regeldruk voor werkgevers met zich mee”. in de praktijk zal die ‘vele’ regeldruk voor de werkgever waarschijnlijk niet meer werk zijn dan een gemiddelde aanvraag voor een verlofuitkering.

er wordt alleen rouwverlof toegekend aan een werknemer bij het overlijden van een minderjarig kind, en niet bij een meerderjarig kind. dit ondanks het feit dat veel meerderjarige kinderen – vanwege de krapte op de woningmarkt – thuis wonen. de rouw zal er niet minder erg om zijn.
het rouwverlof mag je flexibel opnemen gedurende de periode van één jaar na de dag van de uitvaart. theoretisch zou de opname er als volgt uit kunnen zien: stel, de uitvaart is op 2 oktober en de medewerker geeft aan dat hij vervolgens eind december 2 dagen rouwverlof wil opnemen en vervolgens nog 1 dag in het voorjaar. het beeld dat daarbij ontstaat past niet helemaal in rouwverwerking. de wetgeving zal weinig impact maken en dat is jammer, want rouw kan diep ingrijpen.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief