de vennootschap onderbouwt de btw-aftrek op basis van het werkelijke gebruik slechts met een globale tijdsbesteding aan belaste en vrijgestelde prestaties. dat is onvoldoende, dus moet de pro rata-methode worden gehanteerd bij het bepalen van de aftrekbare btw. daarbij kan slechts een klein deel van de ontvangen renteopbrengsten buiten beschouwing gelaten worden. de rente op geldleningen, bankdeposito’s en de rekening-courant is een tegenprestatie voor de (vrijgestelde) kredietverlening. deze rente telt dus mee bij de pro rata-berekening.

de kredietverlening is geen bijkomstige prestatie die opgaat in de hoofdprestatie (belaste exploitatie van onroerende zaken). daarvoor zijn de renteopbrengsten en de omvang van de ingekochte diensten te groot. de vennootschap kan ook geen beroep doen op de bankenresolutie; die geldt alleen voor banken.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief