in die zaak had een koper een bouwkavel gekocht van de verkoper. de rechtbank heeft een prejudiciële vraag gesteld, die ziet op de vraag of dit moet worden aangemerkt als een tot bewoning bestemde onroerende zaak. de hoge raad oordeelt dat het beslissend is of de verkoper zich bij de overeenkomst tegenover de koper heeft verplicht om een woning te leveren. of er ten tijde van de totstandkoming van de koopovereenkomst feitelijk sprake is van een woning, is een belangrijk – maar geen beslissend – gezichtspunt bij de beantwoording van deze vraag.
heeft de verkoper zich verplicht tot het leveren van een woning, dan zijn het schriftelijkheidsvereiste en de bedenktijd van toepassing. heeft de verkoper zich enkel verplicht tot het leveren van een perceel grond, dan zijn deze bepalingen niet van toepassing. hiervoor is het niet relevant of het perceel de publiekrechtelijke bestemming ‘wonen’ heeft, of het perceel als bouwkavel is verkocht, of dat de verkoper wist dat de koper het voornemen had om op het perceel een woning te laten bouwen.
voor vragen kun je contact op nemen met een van onze experts, mr. pascalle de hoon of mr. natasja rensen. zij zijn als advocaat werkzaam voor avanti jure, dat samenwerkt met fiscount.