De DGA probeerde de dans nog te ontspringen door te stellen dat de periode tot het moment waarop de uitkeringen moesten ingaan (2024) lang genoeg was om de liquiditeiten van de bv aan te vullen. Deze stelling mocht hem niet baten. Het bleek namelijk dat de DGA tot eind 2013 twee aflossingstermijnen had voldaan en dat hij daarna geen betalingen meer had gedaan. Zijn tot dan toe getoonde betalingsmoraliteit wekte met het oog op de toekomst dus weinig vertrouwen.