de gemeente meent dat zij geen rekening hoeft te houden met de sportvrijstelling op grond van het overgangsrecht bij de verruimde sportvrijstelling per 1 januari 2019. de inspecteur stelt echter dat dit overgangsrecht slechts is bedoeld voor sportaccommodaties. hij beroept zich hierbij op de memorie van toelichting bij het belastingplan 2019, waarin deze terminologie telkens wordt gebezigd.

rechtbank gelderland gaat hier niet in mee en oordeelt dat niet de terminologie in de memorie van toelichting doorslaggevend is voor de beoordeling of het overgangsrecht van toepassing is, maar de bepaling in het overgangsrecht zelf. die bepaalt dat het overgangsrecht geldt voor:

  • onroerende en roerende zaken die ná 31 december 2018 in gebruik zijn genomen én
  • voor zover de btw-herziening het gevolg is van de wijziging van de sportvrijstelling.

de gemeente voldoet aan deze voorwaarden, dus is het overgangsrecht bij de sportvrijstelling van toepassing. de gemeente heeft terecht het toegerekende deel van de btw op de bouwkosten van het stadskantoor in aftrek gebracht.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief