Rechtbank Noord-Holland overweegt dat het aan de automonteur is om aannemelijk te maken dat zijn werkomstandigheden een onvoorziene omstandigheid vormen, waardoor hij redelijkerwijs niet in staat was de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te gebruiken. Daarin is hij niet geslaagd, aldus de rechtbank.
Geen verrassing
Tussen het sluiten van de koopovereenkomst (2 december 2022) en de verkrijging van de woning (2 januari 2023) heeft zich geen onvoorziene omstandigheid voorgedaan, waardoor de automonteur redelijkerwijs niet in staat was de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te gebruiken. De stageovereenkomst is op 15 december 2022 gesloten en de stageperiode is op 19 december 2022 gestart. De stage liep hij ter aanvulling op zijn bestaande werkzaamheden overdag bij een ander garagebedrijf om zijn promotiekansen te vergroten. De automonteur heeft, mede gelet op het korte tijdsverloop tussen de koop van de woning en de start van de stage, onvoldoende duidelijk gemaakt dat deze omstandigheid ten tijde van de koop van de woning onvoorzien was.