hof amsterdam komt op vrijwel dezelfde gronden als bij de surflessen in de vorige btw-fiscasus2301 tot de slotsom dat een strandpaviljoen niet is bestemd voor sportbeoefening en daarom geen sportaccommodatie kan zijn. ook in deze zaak had de rechtbank anders beslist en het strandpaviljoen als sportaccommodatie gekwalificeerd, van waaruit sportactiviteiten (strandzeilen en powerkiten) worden aangeboden. de vof had daarom terecht het lage btw-tarief toegepast op haar activiteiten. het hof draait deze beslissing nu terug.