het doel van de subsidieregeling praktijkleren is het stimuleren van werkgevers om praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen aan te bieden. bedrijven of organisaties die een praktijkleerplaats of werkleerplaats verzorgen, kunnen hiervoor tot € 2.700 per leerling aan subsidie ontvangen. dit bedrag wordt naar rato verrekend met de periode waarin de werkgever de begeleiding heeft verzorgd. werkgevers komen voor subsidie in aanmerking wanneer zij personen uit de volgende groepen begeleiden:
- vso, pro, (entree) vmbo: voor het buitenschoolse praktijkgedeelte in het laatste leerjaar (vso en pro) en voor het derde en vierde leerjaar voor (entree) vbmo. het buitenschoolse praktijkgedeelte moet ten minste 560 klokuren beslaan en in het laatste schooljaar moet elke schoolweek binnenschools onderricht omvatten.
- mbo: alleen bbl-opleidingen die op een volledig diploma gericht zijn, komen in aanmerking. voor het mbo moeten deze opleidingen zijn opgenomen in het crebo.
- hbo: alleen duale en deeltijdopleidingen komen in aanmerking, waarbij het ook kan gaan om een associate degree of een hbo-master. het betreft een geaccrediteerde opleiding in het hoger onderwijs. daarnaast is de opleiding ook opgenomen in het croho. de opleidingscode moet opgenomen zijn in de onderdelen techniek of landbouw en natuurlijke omgeving.
- promovendi die tijdelijk zijn aangesteld of een arbeidsovereenkomst hebben bij een universiteit of een instituut van de knaw of nwo. over hun loonkosten moeten afspraken zijn gemaakt met een privaatrechtelijke rechtspersoon.
- werknemers van een privaatrechtelijke rechtspersoon die promotieonderzoek doen of een opleiding volgen tot technologisch ontwerper. deze werknemers doen promotieonderzoek of volgen de opleiding op grondslag van een overeenkomst tussen dat bedrijf en een universiteit, die de werknemer begeleidt. ook voor technologisch ontwerpers in opleiding die bij het tweede deel van hun reguliere opleiding hun ontwerpopdracht bij een privaatrechtelijke rechtspersoon doen, kan men de laatstgenoemde subsidie ontvangen.
tip
de rijksdienst voor ondernemend nederland (rvo) vergelijkt de gegevens uit de aanvraag met de geregistreerde informatie bij de dienst uitvoering onderwijs (duo). als die informatie afwijkt van de daadwerkelijke situatie van de student, verzoekt de rvo om de (praktijkleer)overeenkomst als bewijsmiddel. de praktijkleerovereenkomst moet door alle betrokken partijen, dus in drievoud, zijn getekend. de praktijkleerovereenkomst moet duidelijk worden voorzien van de naam van de opleiding, de onderwijsinstelling, de start- en einddatum van de stage en – indien van toepassing – de relevante crebo- of croho-code.