de hoge raad stelt vast dat de huurwoning met de zonnepanelen uitsluitend wordt gebruikt voor economische activiteiten. de bouw van de woning en de plaatsing van de zonnepanelen is dus volledig zakelijk. een deel van de bouwkosten ziet op de bouw van de huurwoning en een deel op de plaatsing van de zonnepanelen.
voor de btw-aftrek is vervolgens het gebruik van de huurwoning met zonnepanelen bepalend. een deel (van de zonnepanelen) is bestemd voor de levering van energie (belaste activiteit) en een deel ziet op de vrijgestelde verhuur. in tegenstelling tot het oordeel van het hof, moeten de woning en de zonnepanelen echter niet als afzonderlijke investeringsgoederen worden aangemerkt, maar als één investeringsgoed. voor zover dit investeringsgoed voor belaste prestaties wordt gebruikt, bestaat er recht op btw-aftrek. die aftrek moet worden berekend op basis van de pro-ratamethode in de verhouding van de vergoeding voor de belaste leveringen van energie tot de totale vergoedingen voor alle economische activiteiten (vrijgestelde huur plus vergoeding teruglevering). dit betekent dat de door de inspecteur al verleende aftrek van € 2.959 eigenlijk te hoog is. de verhoogde btw-aftrek van het hof moet worden teruggedraaid.