De inspecteur corrigeert het box-1-inkomen; hij halveert de rente op de lening en verhoogt de waarde van de woning bij overdracht naar privé. Hof Den Bosch oordeelt dat de belastingadviseur niet aannemelijk maakt dat de rente (9%) op de lening van zijn ouders zakelijk is. De rente is terecht op 4,5% vastgesteld. Hoewel de ouders bij het verstrekken van de lening geen (hypothecaire) zekerheden hebben bedongen, brengen de familieverhouding en bepalingen in maatschapsovereenkomst met zich mee dat zij feitelijk wel degelijk vergaande zekerheden hebben met betrekking tot de lening.

Daarnaast staat in de leveringsakte van de woning dat de ouders een terugkooprecht hebben. Het hof volgt ook de stelling van de inspecteur dat het onwaarschijnlijk is dat de belastingadviseur de ouderlijke woning, waar hij met de ouders en de zussen zowel vóór als na de overdracht van de woning in 2015 woonde, zonder overleg zou vervreemden of bezwaren. Bovendien heeft hij naast het maatschapsaandeel in het samenwerkingsverband een fulltime dienstverband en weinig schulden. Door al deze feiten en omstandigheden lopen de ouders minder risico dan een onafhankelijke derde die een lening verstrekt zonder zekerheden.

Waarde woning ten tijde van onttrekking naar privé

Ten aanzien van de waarde van de woning ten tijde van de onttrekking naar privé oordeelt het hof dat de beginwaarde (€ 315.000) moet worden verlaagd met 35% vanwege de duurzame zelfbewoning door de ouders (€ 110.250) en dat de eindwaarde op 31 december 2017 moet worden vastgesteld op € 350.000. Ook hierop moet de 35% wegens zelfbewoning in mindering worden gebracht.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief