de inspecteur vindt dat de moeder niet heeft voldaan aan de bezitseis en kent de bor slechts toe voor 49% van de aandelen. hof den bosch oordeelt echter dat de bezitsperiode van de oude holding-bv van vóór de ruziesplitsing kan worden toegerekend aan de nieuwe holding- bv. ook voor de waarde van het bij de splitsing ‘uitgeruilde deel’ van 51% tussen de hooractiviteiten en de optiekactiviteiten is aan de bezitseis voldaan. hierdoor kan de bor op 100% van de waarde van de geschonken aandelen worden toegepast.