de wet bepaalt inderdaad dat herverdeling van het box-3-vermogen niet meer mogelijk is, nadat de ib-aanslagen van beide partners onherroepelijk vaststaan. maar het hof stelt vast dat zich in dit geval een bijzondere omstandigheid voordoet, waarin de wetgever niet heeft voorzien. hierdoor werkt de wettelijke bepaling niet uit naar het doel en de strekking ervan.

in dit geval leidt de beschikking achterwaartse verliesverrekening er namelijk toe dat het belastbaar inkomen zodanig wijzigt dat de heffingskorting niet meer volledig kan worden benut. doordat de aanslag van de fiscale partner onherroepelijk vaststaat, kan dit rechtstekort niet worden weggenomen door een herverdeling tussen de fiscale partners. het hof staat daarom de herverdeling van het box-3-vermogen tussen de man en de vrouw toch toe.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief