volgens het hof wordt het btw-tarief bepaald door wat er op het podium en in de danceclub feitelijk gebeurt. op grond daarvan is sprake van een ‘muziekuitvoering’ en mag de bv het verlaagde btw-tarief toepassen.
dit tarief is ook van toepassing op de garderobegelden. het gebruik van de garderobe is volgens het hof namelijk een bijkomende prestatie, waarvan het btw-tarief wordt bepaald door de hoofdprestatie: ‘het toegang verlenen tot een muziekuitvoering’.