de man stelt dat hetzij op grond van de overeengekomen terugwerkende kracht in de maatschapsovereenkomst, hetzij op grond van een goedkeuring in het besluit dga2010/671m, de maatschap met het familielid is gestart op 1 januari 2016. de inspecteur stelt dat aan de maatschapsovereenkomst geen terugwerkende kracht tot 1 januari 2016 kan worden toegekend. ook de goedkeuring uit het besluit zou de man niet baten, omdat er volgens de inspecteur sprake is van een incidenteel fiscaal voordeel. het besluit sluit toepassing van de goedkeuring dan uit. de toetreding zou bovendien alleen maar zijn gedaan om een beroep te kunnen doen op de bedrijfsopvolgingsregeling (bor). de maatschap met het familielid start volgens hem pas op 26 april 2016. de man had daarom de ingebrachte vordering en onroerende zaken op de peildatum 1 januari 2016 tot zijn box-3-vermogen moeten rekenen.

hof arnhem-leeuwarden
hof arnhem-leeuwarden oordeelt dat aan de maatschapsovereenkomst terugwerkende kracht moet worden toegekend op grond van het besluit. het voorkomen van de box-3-heffing is geen incidenteel fiscaal voordeel. de inbreng van de vordering en de onroerende zaken leidt niet alleen in 2016 tot voorkoming van de box-3-heffing, maar leidt daar in beginsel ook structureel toe in de daaropvolgende jaren. het is daarmee een ‘permanent voordeel’. het overeenkomen van een maatschapsovereenkomst met terugwerkende kracht tot 1 januari is niet ongebruikelijk. bovendien berust de terugwerkende kracht op zakelijke gronden (geen tussentijdse cijfers nodig). ook het argument van de inspecteur dat de toetreding alleen zou zijn gericht op het verkrijgen van de bor snijdt geen hout. het hof verwijst hiervoor naar zijn uitspraak ecli:nl:gharl:2024:888, waarin het hof heeft geoordeeld dat de bor niet van toepassing is, omdat niet aan de bezitseis is voldaan (zie ook de fiscasus estate- en financiële planning 2402).

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief