de weduwe was wel degelijk op de hoogte van het bestaan van die bate. hierdoor is de holding blijven bestaan en kan de vereffening niet worden heropend. een rechtspersoon die wordt ontbonden zonder turboliquidatie komt na het ontbindingsbesluit in een vereffeningsfase terecht en blijft ingevolge artikel 2:19, lid 5 bw voortbestaan, voor zover dit tot vereffening van het vermogen nodig is. de rechtbank leidt uit de stellingen af dat er sprake is geweest van een turboliquidatie.

herleven rechtspersoon mogelijk?
wanneer na afronding van de ontbinding – al dan niet met toepassing van turboliquidatie – alsnog een bate blijkt te bestaan, is het mogelijk om de rechtspersoon te laten herleven via artikel 2:23c, lid 1 bw. tussen artikel 2:19, lid 4 bw en artikel 2:23c, lid 1 bw enerzijds en artikel 2:19, lid 5 bw anderzijds bestaat een zekere mate van spanning, wanneer er sprake is van een onterecht toegepaste turboliquidatie. dat gebeurt ook in deze zaak, omdat er werd besloten tot een turboliquidatie terwijl de holding nog over een bate beschikte. de vraag die beantwoord moet worden is hiermee: moet de vereffening worden heropend om de verdwenen rechtspersoon te laten herleven, of is dat onmogelijk omdat de rechtspersoon op grond van artikel 2:19, lid 5 bw is blijven voortbestaan?

de rechtbank oordeelt dat er in dit geval geen plaats is voor heropening van de vereffening. de weduwe stelt immers dat de holding nog over een bate beschikte ten tijde van het besluit tot liquidatie. anders dan zij stelt, wist zij dit (redelijkerwijs) ook. de holding is dus niet opgehouden te bestaan en de weg naar heropening van de vereffening is afgesloten.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief