in 2012 failleren de man en zijn bv’s. de fiod stelt daarna een onderzoek in naar faillissementsfraude. in juni 2016 oordeelt het civiele hof arnhem-leeuwarden dat de overeenkomst tussen de man en de vrouw nietig is, omdat:

  • de gekozen verrekening afwijkt van de in 1979 opgestelde huwelijkse voorwaarden; en
  • er niet is voldaan aan de vormvereisten die gelden voor een wijziging van huwelijkse voorwaarden.

de hoge raad bevestigt dit oordeel eind 2017. in de onderhavige zaak verwijst hof arnhem-leeuwarden voor de nietigheid van de overeenkomst naar deze uitspraak. de vrouw heeft niet aannemelijk gemaakt dat de huwelijkse voorwaarden zijn gewijzigd, omdat zij niet kan aantonen dat de overeenkomst is vastgelegd in een notariële akte en de destijds vereiste rechtelijke goedkeuring is verkregen. maar vervolgens oordeelt het hof dat uit de overeenkomst wel een vordering van de vrouw op de man is ontstaan, die niet voortvloeit uit de huwelijkse voorwaarden. het vermogen is grotendeels aangebracht door de man en gerelateerd aan zijn bv’s. dit vermogen valt niet onder de verrekening. daardoor ontstaat er door de overeenkomst een onverplichte vordering van de vrouw op de man. er heeft bovendien een vermogensverschuiving plaatsgevonden, waardoor de man is verarmd en de vrouw is verrijkt. volgens het hof heeft de inspecteur daarom terecht een belaste schenking van bijna € 10 miljoen geconstateerd.

de hoge raad vindt dit oordeel onbegrijpelijk. als een overeenkomst nietig is, kan daaruit -zonder nadere motivering – geen vordering ontstaan.

 

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief