commentaar

de inspecteur merkt de uitkering aan als loon uit vroegere dienstbetrekking van een ander en past de vrijstelling van de overlijdensuitkering van driemaal het loon over een maand toe, voor alle gerechtigden gezamenlijk. het hof constateert dat de werkgever de verzekering heeft gesloten op grond van een bepaling in de arbeidsovereenkomst. het recht op de uitkering is een aanspraak in de zin van de wet lb 1964, die niet tot het loon behoort, zodat de uitkering wel tot het loon behoort. gezien de aard van de werkzaamheden is er een causaal verband met de dienstbetrekking. bovendien gaat het om een aanzienlijk bedrag, waardoor de vrijstelling voor uitkeringen die naar algemene maatschappelijke opvattingen niet als een beloningsvoordeel worden ervaren, niet van toepassing is.

het hof oordeelt verder dat de uitkering kwalificeert als loon uit vroegere dienstbetrekking van de overleden zuster van belanghebbende. bij de vrijstelling voor de overlijdensuitkering van driemaal het loon over een maand gaat het om de dienstbetrekking van de overleden zuster. voor het bepalen van de hoogte van de vrijstelling wordt dan ook aangesloten bij dát loon. het ligt voor de hand om de vrijstelling slechts eenmaal toe te passen, ook al wordt de uitkering over de verschillende gerechtigden verdeeld. het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief