staatssecretaris van rij noemt ook als complicatie voor de invoering van een tegenbewijsregeling dat daarvoor een eenduidige definitie nodig is van het begrip ‘werkelijk rendement’. de invulling van dit begrip is complex. een ander punt daarbij is dat de belastingdienst bij een tegenbewijsregeling geen gegevens die van belang zijn voor het werkelijk rendement, vooraf kan invullen. daarvoor moet dus een groot beroep worden gedaan op de belastingplichtigen, die zelf het werkelijk rendement moeten bepalen. de onduidelijkheid omtrent de invulling van het begrip werkelijk rendement leidt dan tot niet-gebruik, onbedoeld gebruik en zelfs misbruik van de tegenbewijsregeling en tot foutieve aangiften. tot slot noemt van rij de budgettaire derving van ruim € 1 miljard per jaar als nadeel van een tegenbewijsregeling.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief