Rechtbank Gelderland oordeelt dat de uitzendregeling niet van toepassing is op de woning. De vriendin, met wie de man tot zijn vertrek naar Duitsland samenwoonde, is in de woning achtergebleven. De rechtbank achtte het aannemelijk dat de man de intentie heeft gehad om na zijn pensionering naar zijn woning in Nederland terug te keren. Hiermee voldeed de man aan de voorwaarde dat de woning hem niet anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat. De voorwaarde de woning niet aan derden ter beschikking mag worden gesteld, impliceert dat:

  • de woning niet wordt verhuurd; en
  • niet wordt gedoogd dat derden de woning gebruiken. Tot de derden worden degenen gerekend die niet tot het huishouden van de man behoren.

Vriendin aangemerkt als ‘derde’
Na zijn vertrek voert de man niet langer een gezamenlijke huishouding met zijn vriendin in dezelfde woning. Daarmee is de vriendin aan te merken als een derde, terwijl de woning haar ook ter beschikking stond. De uitzendregeling kan dan niet van toepassing zijn. De vriendin fungeerde overigens ook niet als kraakwacht tijdens zijn verblijf in het buitenland.

Toepassing goedkeurend besluit?
De rechtbank oordeelde verder nog dat het beroep op een goedkeurend besluit van de staatssecretaris van Financiën van 2 december 2009, CPP 2009/998M, niet slaagt. De goedkeuring in dit besluit houdt in dat de uitzendregeling kan worden toegepast als na het vertrek de kinderen (jonger dan 27 jaar) of de partner in de woning blijven wonen. Deze goedkeuring moet restrictief worden uitgelegd. Zijn vriendin is geen (fiscale) partner meer na zijn vertrek naar Duitsland.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief