hoe zit het met de uitruil van een reiskostenvergoeding en andere vaste vergoedingen? voor andere vaste vergoedingen kunnen de coronamaatregelen ook tot gevolg hebben dat een werknemer bepaalde kosten niet meer maakt, zoals verblijfskosten. ook in dit geval keurt de staatssecretaris goed dat de werkgever de vaste vergoedingen ongewijzigd voortzet en blijft uitgaan van de aangenomen feiten waar de vergoeding op gebaseerd is. de staatssecretaris maakt wel een voorbehoud. de goedkeuringen zien alleen op vaste vergoedingen waarop de werknemer uiterlijk op 12 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht kreeg. voor reiskosten met een vast en gelijkmatig karakter is het mogelijk om een vaste onbelaste vergoeding af te spreken. wordt een vaste reiskostenvergoeding gecombineerd met een cafetariasysteem, dan moet dit voor 12 maart 2020 zijn afgesproken tussen de werkgever en werknemer.
voorbeeld
op 1 november 2020 spreken een werkgever en werknemer af om een vaste reiskostenvergoeding uit te ruilen met de eindejaarsuitkering in december. de thuiswerkdagen door de coronamaatregelen mogen dan niet worden aangemerkt als reisdagen. de werknemer heeft een vijfdaagse werkweek in 2020 en heeft 120 dagen gereisd naar kantoor. hij heeft 40 dagen thuisgewerkt door de coronamaatregelen. de werkgever kan een onbelaste vergoeding geven op basis van de daadwerkelijk gereisde kilometers tegen € 0,19 per kilometer. het is niet mogelijk om een onbelaste reiskostenvergoeding toe te kennen op basis van 214 werkdagen.