het onderscheid tussen gehuwden/geregistreerde partners enerzijds en samenwoners anderzijds is belangrijk bij het bepalen van vergoedingsrechten. voor gehuwden en geregistreerde partners zijn de vergoedingsrechten geregeld in het burgerlijk wetboek (artikel 1:87 bw). bij het vaststellen van de omvang van een vergoedingsrecht is er onderscheid tussen de nominale en de beleggingsleer. de nominale leer, toegepast tot 2012, houdt in dat de vergoedingsgerechtigde alleen het geïnvesteerde bedrag terugkrijgt. na 2012 wordt de beleggingsleer toegepast, waarbij de waardestijging of -daling van het geïnvesteerde goed wordt meegenomen in de berekening van het vergoedingsrecht. hiervan kunnen partijen overigens afwijken.
andere regels voor samenwoners
de wettelijke bepalingen gelden níet voor samenwoners. zij moeten hun vergoedingsrechten vastleggen in een samenlevingscontract. wettelijk zou ook nog een beroep gedaan kunnen worden op het algemene verbintenissenrecht. de clausule in een samenlevingscontract kan een veel ruimere basis geven voor het ontstaan van vergoedingsrechten. maar is dit ook daadwerkelijk de bedoeling? neem bijvoorbeeld de maandelijkse aflossing op een hypotheek. wat gebeurt er als een van beiden daar meer aan betaalt dan de ander? bij gehuwden ontstaat hiervoor minder snel een vergoedingsrecht, omdat/wanneer het inkomen waaruit de aflossing wordt betaald gemeenschappelijk is.
tip
het belang van een vergoedingsrecht wordt vaak pas zichtbaar bij een relatiebreuk of overlijden. dan kan blijken dat er aanzienlijke bedragen verschoven zijn, die alsnog moeten worden afgerekend. omdat er sprake kan zijn van een belangentegenstelling, is een tijdige vastlegging met duidelijke afspraken een must.