De Hoge Raad beslist hiermee anders dan Hof Den Bosch*) die de vof in het gelijk had gesteld. Volgens het Hof is het voor toepassing van de vrijstelling doorslaggevend dat het huurcontract ander gebruik van de garageboxen toestaat en er ook feitelijk sprake is van ander gebruik. De Hoge Raad acht die uitleg van het besluit van 30 september 2013**) onjuist. Het feitelijk gebruik van de garageboxen is niet bepalend voor het karakter van de ruimte (multifunctionele ruimte of parkeerruimte). De garageboxen zijn naar hun aard bestemd voor het parkeren van voertuigen en de verhuur ervan is belast met btw.
Commentaar
In het vastgoedbesluit van 30 september 2013 staat dat de verhuur van multifunctionele ruimten die primair voor andere doeleinden dan parkeerruimte (kunnen) worden gebruikt, in beginsel geen verhuur van parkeerruimte vormt. Daaraan ontleent de vof in deze zaak het vertrouwen dat de verhuur van de garageboxen is vrijgesteld van btw. Ten onrechte, zoals nu blijkt. In het betreffende besluit hanteert de staatssecretaris het begrip ‘parkeerruimte’ ruim. Hij sluit daarbij aan bij de bestemming (qua inrichting) en hij geeft aan dat het gebruik als parkeerruimte niet uitgesloten mag zijn. Wordt een parkeerruimte met een woning verhuurd en behoort de parkeerruimte tot hetzelfde gebouwencomplex? In dat geval is de verhuur wel vrijgesteld.