de inspecteur vond dat de verhuur van de onroerende zaak en de verhuur van de zonnepanelen als één samengestelde dienst moesten worden aangemerkt. daarbij ging de verhuur van zonnepanelen volgens hem op in de vrijgestelde verhuur van de onroerende zaak. de rechtbank oordeelt dat er sprake is van twee aparte prestaties, die zelfstandig in de btw-heffing moeten worden betrokken. daarbij is volgens de rechtbank van belang dat:
- er een afzonderlijke huur is overeengekomen voor de zonnepanelen;
- de huurovereenkomst van de zonnepanelen een jaar later is gesloten dan de huurovereenkomst van de onroerende zaak;
- de huur van de zonnepanelen voor de bv een doel op zich is, namelijk een besparing op de energiekosten;
- de bv niet verplicht is om de zonnepanelen te huren.