de rechtbank verwijst voor zijn oordeel naar de uitspraak van de hoge raad van 8 juni 2018.

de hoge raad oordeelde toen dat het systeem waarbij de aanslag verhuurderheffing vanuit praktische uitvoerbaarheid wordt opgelegd aan degene die de woz-beschikking ontvangt, niet zover mag gaan dat dit leidt tot willekeurige uitkomsten. ook oordeelde de hoge raad dat er ten onrechte van wordt uitgegaan dat de mede-eigenaar die wordt aangeslagen, de verhuurderheffing naar rato van de mede-eigendom zonder meer kan verhalen op de andere mede-eigenaren.

de wetgever heeft een ruime beoordelingsvrijheid om gelijke gevallen anders te behandelen als daarvoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. die rechtvaardiging ontbreekt in de onderhavige zaken.

let op

de verhuurderheffing is op 1 januari 2018 gewijzigd, waardoor particuliere verhuurders deze heffing inmiddels mogelijk niet meer hoeven te betalen. per die datum:

  • is de heffingsvrije voet omhoog gegaan van tien naar vijftig woningen;
  • geldt er een vrijstelling voor rijksmonumenten;
  • is de maximale grondslag voor de verhuurderheffing een woz-waarde van € 250.000.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief