volgens de ontvanger zijn de aanslagen niet verjaard, omdat deze tijdig en op de juiste wijze zijn gestuit. om dit te beoordelen geeft hof arnhem-leeuwarden eerst aan dat als een belastingschuldige is opgehouden te bestaan, de aansprakelijkgestelde in de plaats treedt van de belastingschuldige voor wat betreft de stuiting van de verjaring of de verlenging van een verjaringstermijn. het maakt daarbij niet uit of de aansprakelijkstelling plaatsvond op het moment dat de belastingschuldige nog bestond, of al had opgehouden te bestaan. verder is van belang dat de aansprakelijkheidsschuld niet zelfstandig kan verjaren. door de verjaring van de aanslagen waarvoor aansprakelijk is gesteld, eindigt ook het recht op dwanginvordering en verrekening van de aansprakelijkheidsvordering.
is verjaring vpb-aanslagen tijdig gestuit?
eerst moet worden vastgesteld wanneer de bv’s zijn opgehouden te bestaan. daarvoor houdt het hof de uitschrijvingsdata van de bv’s uit het handelsregister aan: 27 juli 2016 respectievelijk 31 mei 2017. eventuele stuitingshandelingen ten aanzien van aanslagen verricht vóór deze data, moeten aan de bv’s zijn gericht. daarna moeten de stuitingshandelingen zijn gericht aan de aansprakelijkgestelde (de dga). de aanmaning van de definitieve vpb-aanslag over 2008 van een van de bv’s was op 27 september 2016 naar de dga gestuurd, terwijl deze naar de bv gestuurd had moeten worden. die bestond namelijk nog tot 31 mei 2017. de verjaring van deze aanslag is daarom niet gestuit. door de verjaring van deze belastingschuld vervalt het recht op dwanginvordering van de aansprakelijkheidsvordering. de betekeningskosten van deze aanslag zijn ten onrechte in rekening gebracht; de kostenbeschikking moet worden vernietigd. de betekeningskosten van de andere aanslag moeten worden verminderd, omdat die onjuist zijn berekend.