volgens de rechtbank is er geen sprake van een bron van inkomen. het voordeel is namelijk niet beoogd. dat blijkt uit de volgende feiten en omstandigheden:

  • het paard is gekocht voor de hobby van de dochter;
  • tot 2014 heeft de voormalig springruiter geen intentie gehad het paard te verkopen;
  • pas op aandringen van zijn dochter en vanwege de hoogte van het bod is hij tot verkoop van het paard overgegaan;
  • op het moment van de aankoop van het paard bezat de voormalig springruiter slechts twee pony’s; en
  • in de periode dat hij het paard bezat, handelde hij niet in paarden.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief