volgens het hof is het verkoopvoordeel niet aan te merken als row, omdat:

  • niet is gebleken dat de voormalig springruiter handelt in paarden;
  • de inspecteur niet aannemelijk maakt dat het paard is aangeschaft met het oog op latere verkoop tegen een hogere prijs;
  • het paard is aangeschaft met het oog op de hobby van de dochter, die het paard ook in dat kader heeft getraind;
  • de inspecteur niet aannemelijk maakt dat de hoge verkoopwinst redelijkerwijs voorzienbaar was.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief