volgens de inspecteur is artikel 10, lid 1 sw van toepassing. volgens hem is er sprake van een lastbevoordeling van € 104.423, die in de heffing van erfbelasting moet worden betrokken. volgens de hoge raad heeft het kleinkind echter een legaat verkregen. de hoge raad wijst er daarbij op dat het kleinkind krachtens het testament van oma bij haar overlijden een onvoorwaardelijke, bepaalbare vordering heeft verkregen op de tante, die opeisbaar is bij haar overlijden. volgens de hoge raad bevat het testament geen aanknopingspunt om aan te nemen dat de verkrijging mede afhankelijk is van een schuldigerkenning of andere rechtshandeling door de tante. het kleinkind heeft op grond van artikel 10, lid 9 sw terecht de vordering in zijn aangifte erfbelasting opgenomen als fictieve verkrijging voor een waarde van € 10.479.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief