volgens de man heeft hij een vordering op het bedrijf dat als vermogensrecht in box 3 kwalificeert. in zijn optiek houdt hij namelijk slechts een (indirect) belang van de preferente aandelen in het bedrijf. daarbij is het volgens hem cruciaal dat zijn vorderingsrecht niet het volledige economische belang bij de aandelen van het bedrijf vertegenwoordigt, maar slechts 80%.

rechtbank den haag gaat hier niet in mee en oordeelt dat de man niet het juridische belang van een deel van de aandelen in het bedrijf heeft, maar wel het economische belang. op grond van dit belang is hij aandeelhouder. het verlenen van het optierecht leidt er niet toe dat het economisch belang bij de aandelen daardoor wijzigt, zolang de optie niet is uitgeoefend. op dat moment worden de aandelen immers pas vervreemd. de inspecteur heeft de netto verkoopopbrengst terecht aangemerkt als inkomen uit aanmerkelijk belang.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief