Een voorbeeld ter verduidelijking: bedrijf A koopt op 1 januari 2020 een computer van bedrijf B voor € 1.000. Bedrijf A betaalt niet en bedrijf B onderneemt geen actie. Op 1 juli 2020 adviseert bedrijf A bedrijf B, waarvoor een factuur van € 2.500 wordt gestuurd. Ook bedrijf B betaalt niet. Pas op 1 juni 2025 komt bedrijf A in actie en eist betaling van de € 2.500. Bedrijf B betaalt € 1.500 en stelt dat het restant wordt verrekend met de openstaande factuur uit 2020. Kan dit nog, nu de vordering van bedrijf B inmiddels verjaard is?
Het antwoord op dit vraag luidt: ja, dat kan. Dit is geregeld in artikel 6:131 lid 1 BW, waarin staat: “De bevoegdheid tot verrekening eindigt niet door verjaring van de rechtsvordering.” De achterliggende gedachte van de wetgever hierachter is dat iemand die een tegenvordering heeft, er vaak van uitgaat dat hij al bevrijd is van (een deel van) zijn betalingsverplichting. Dit wordt doorgaans pas expliciet uitgesproken zodra de schuldeiser alsnog tot invordering overgaat. Om te voorkomen dat men dan met lege handen staat, is artikel 6:131 lid 1 BW in het leven geroepen.
Wordt je klant aangesproken vanwege een vordering en meent hij/zij zich te kunnen beroepen op verrekening? Neem dan contact op met mr. Natasja Rensen, als advocaat werkzaam bij Avanti Jure Advocaten, een samenwerkingspartner van Fiscount.