Als de aanvrager van een financiering de AOW-leeftijd heeft bereikt en niet op basis van de genormeerde woonlast (30-jarige annuïtaire aflossing) de lening kan verkrijgen, mag er worden getoetst op de werkelijke maandlasten. De belangrijkste voorwaarden hierbij zijn:
- de werkelijke maandlast van de aangevraagde lening moet gelijk zijn aan of lager zijn dan de huidige werkelijke maandlast;
- de werkelijke maandlast van de aangevraagde lening moet gelijk zijn aan of lager zijn dan de toegestane financieringslast; en
- de rentevast-periode (RVP) is minimaal 20 jaar.
Een kortere RVP van 10 jaar is mogelijk als de jongste partner aan het eind van de RVP 85 jaar of ouder is, of als de lening aan het eind van de RVP lager is dan 50% van de waarde van de woning. De klant moet hierbij aantoonbaar het renterisico van een kortere RVP kunnen dragen. Ook een kortere RVP dan 10 jaar is mogelijk, mits het leningdeel waarop die RVP van toepassing is, aan het eind van de RVP volledig is afgelost. Voor aanvragers met een leeftijd van 10 jaar of korter voor de AOW-leeftijd mag ook rekening worden gehouden met de werkelijke maandlasten. Wel gelden dan als aanvullende voorwaarden dat:
- de maandlasten tot aan de AOW-leeftijd wel gedragen kunnen worden volgens de reguliere financieringsnormen; en
- er bij het vaststellen van het toets-inkomen vanaf de AOW-leeftijd géén rekening wordt gehouden met toekomstige lijfrente-uitkeringen.
De kostengrens voor de NHG is in 2018 € 265.000. Voor woningen waarin geïnvesteerd wordt in energiebesparende voorzieningen, stijgt de NHG-kostengrens naar maximaal € 280.900.
Tip
Houd er rekening mee dat de nieuwe regeling (V&N NHG 2018-2) alleen geldt als een oudere aanvrager zijn of haar nieuwe woning niet kan financieren onder de normale normen.
Drs. Anton Koning RA FFP, financieel planner, a.koning@fiscount.nl, telefoon (06) 51326054.