in 2013 heeft de hoge raad een uitspraak gedaan over een casus met een tweetrapsmaking. daarin komt naar voren dat de verwachter die verkrijgt nadat de bezwaarde overleden is, het verkregene moet optellen bij wat hij/zij al eerder als erfgenaam heeft verkregen. dat is hier ook aan de orde. de kinderen zijn krachtens het testament van bas zowel erfgenaam als verwachter.
erfbelasting
in 2015 hebben de kinderen erfbelasting betaald over de vordering op hun moeder, van € 200.000 ieder. de heffing is afhankelijk van de van toepassing zijnde rente. stel, de overeengekomen rente is 6% samengesteld. in dat geval hebben de kinderen in 2015 al erfbelasting betaald over € 200.000 minus het bedrag van de kindvrijstelling. in 2020 ontvangen zij aanvullend € 100.000 als verwachter, waar ook erfbelasting over moet worden betaald. dit bedrag moet worden opgeteld bij de eerdere verkrijging als erfgenaam van vader. hierover is 20% erfbelasting verschuldigd en de kindvrijstelling kan niet nogmaals worden toegepast – dat wil zeggen: voor het deel als verwachter. uiteraard wel over wat als erfdeel van de nalatenschap van mieke wordt verkregen. zou de vordering van € 200.000 renteloos zijn geweest, dan wordt het iets complexer. de aftrek wegens fictief vruchtgebruik dient dan in de berekening uiteraard wel in stand te blijven, ook al wordt de vordering in 2020 voor het nominale bedrag verrekend.
tip
moet je voor een cliënt aangifte erfbelasting doen van een verkrijging als verwachter? ga dan na of deze verwachter wellicht eerder ook als erfgenaam iets heeft verkregen.