volgens de huidige btw-regels mag een ondernemer de btw op goederen en diensten die hij/zij voor ondernemingsactiviteiten aanschaft en tot zijn ondernemingsvermogen rekent, in aftrek brengen. de btw op de aankoop van roerende zaken mag de ondernemer zelfs volledig in aftrek brengen. deze btw-aftrek moet hij/zij aan het eind van het jaar corrigeren op grond van het werkelijk gebruik.
bij onroerende zaken die tot het ondernemingsvermogen behoren en die ook voor niet bedrijfsdoeleinden worden gebruikt, heeft de ondernemer aftrek naar evenredigheid van het gebruik voor zijn/haar onderneming.
gevolgen voor ondernemer en belastingdienst
als aan het verzoek van nederland tegemoet wordt gekomen, wordt de aftrek van btw geheel uitgesloten bij meer dan 90% gebruik voor niet-bedrijfsdoeleinden. hierdoor hoeft de ondernemer jaarlijks het privégebruik (of andere niet-ondernemingsactiviteiten) niet meer te toetsen en btw af te dragen over het privégebruik of btw te herzien. de belastingdienst hoeft de verhouding privé en zakelijk gebruik tijdens de herzieningsperiode niet meer te volgen