de rechtbank oordeelt dat er met terugwerkende kracht tot 1 september 2014 al een fiscale eenheid heeft bestaan tussen de sinds 1 maart 2011 bestaande fe en de vof. daarvoor is niet vereist dat zij in het verleden hebben gehandeld als waren zij een fe. het is voor het bestaan van een fe voldoende dat de btw-plichtigen financieel, organisatorisch en economisch met elkaar verweven zijn.

omdat de vof tot de fe behoort moet ook haar omzet worden meegenomen in de pro-rataberekening voor aftrek van btw. het pro-ratapercentage komt dan op 99%. de inspecteur maakt niet aannemelijk dat het werkelijk gebruik niet overeenkomt met de verhouding tussen de vrijgestelde en belaste omzet. ook maakt hij niet aannemelijk dat de btw-aftrek op basis van de omzetverhouding een resultaat oplevert, dat strijdig is met de werkelijkheid.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief