Volgens de advocaat mocht het Gerechtshof zijn oordeel niet op deze beelden baseren. De werknemer werd immers pas tijdens de zitting met de inhoud geconfronteerd, waardoor hij vooraf geen ontlastend bewijs in de beelden kon opsporen. Indien het hof de beelden toch had willen meewegen, had de werknemer de gelegenheid moeten krijgen om deze alsnog samen met zijn advocaat te bestuderen, bijvoorbeeld door middel van een schorsing of een nadere akte.

De Hoge Raad volgt deze redenering. Nu het hof wist dat de werknemer de beelden om technische redenen niet vooraf had kunnen bekijken, had het hof maatregelen moeten treffen om de beginselen van hoor en wederhoor en equality of arms te waarborgen. De werknemer had alsnog de kans moeten krijgen de beelden te bekijken en zich daarover uit te laten, zeker omdat het uiteindelijke oordeel van het hof grotendeels op dit bewijsmateriaal was gebaseerd.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief