bij beschikking van 19 juli 2018 is de voormalige vennoot als bestuurder van de vof op de voet van artikel 33, lid 1, aanhef en onderdeel a, invorderingswet1990 aansprakelijk gesteld voor het volledige bedrag van de onbetaald gebleven naheffingsaanslag en de bijkomende bedragen. hof den haag heeft geoordeeld dat de voormalige vennoot terecht aansprakelijk is gesteld en dat hij niet is geslaagd in de op grond van artikel 33, lid 4, iw 1990 op hem rustende bewijslast. het is niet aan hem te wijten dat de verschuldigde belasting niet is voldaan.

tegen dit oordeel van het hof heeft de voormalige vennoot beroep in cassatie ingesteld. de hoge raad bevestigt het oordeel, behoudens het feit dat het hof geen afzonderlijke overweging(en) heeft gewijd aan de aansprakelijkheid voor de bijkomende bedragen. het hof heeft daarmee blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting dan wel zijn uitspraak niet naar behoren gemotiveerd. de zaak is op dit punt verwezen naar hof amsterdam.

tip
is jouw cliënt als bestuurder aansprakelijk gesteld voor een of meer openstaande belastingschulden? ga dan na of deze aansprakelijkstelling kan worden bestreden. verlies daarbij niet de bijkomende kosten uit het oog, zoals belastingrente, invorderingsrente en boeten.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief