keuzevermogen zal vanaf 1 januari 2025 alleen kwalificeren de bor en dsr ab voor zover dit voor de onderneming wordt gebruikt. dit zal alleen gelden voor vermogensbestanddelen met een waarde van minimaal € 100.000. ook komt dan het dienstbetrekkingsvereiste in de dsr ab bij schenking te vervallen en zal toepassing van de bor en dsr ab alleen mogelijk zijn als de verkrijger minimaal 21 jaar is. deze leeftijdsgrens geldt niet voor een bedrijfsopvolging in geval van overlijden.

voorgestelde wijzigingen in de bor en dsr voor 2026
enkele voorgestelde maatregelen in de bor en de dsr ab moeten vanaf 1 januari 2026 worden ingevoerd. deze maatregelen worden pas opgenomen in het belastingpakket 2025. zo wordt het gebruik van de bor en dsr ab beperkt tot reguliere aandelen met een minimaal belang van 5% in het geplaatste kapitaal. alleen aandelen waarmee ondernemersrisico wordt gelopen, kwalificeren nog voor de bor en dsr ab. dit leidt tot uitsluiting van bijvoorbeeld aandelenopties en winstbewijzen. cumulatief preferente aandelen zullen wel blijven kwalificeren, mits deze in het verleden zijn uitgegeven in het kader van een gefaseerde bedrijfsoverdracht. daarnaast wordt een versoepeling van de bezits- en voortzettingseis voorgesteld.

tegengaan constructies
ook worden constructies met de bor tegengegaan, zoals rollatorinvesteringen en dubbel-bor. bij rollatorinvesteringen vormen vermogenden (vaak op hogere leeftijd) beleggingsvermogen om in ondernemingsvermogen dat wel kwalificeert voor de bor. bij dubbel-bor kopen ouders na het verstrijken van de voortzettingstermijn van 5 jaren de aan hun kind overgedragen onderneming weer terug met spaargeld. hierdoor krijgt het kind niet alleen de onderneming vrijgesteld van schenk- en erfbelasting, maar feitelijk ook het spaargeld vrijgesteld van de ouders.

 

 

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief