De Hoge Raad oordeelt ook dat de onderneming eind 2005 niet is gestaakt. Op de balansdatum 31 december 2005 was er namelijk nog de niet-afboekte HIR. Een (partiële) eindafrekening op grond van artikel 3.61 Wet IB 2001 is dan niet mogelijk.

Een ondernemer die zijn onderneming op een andere plek voortzet, kon tot 1 januari 2008 alleen een herinvesteringsreserve (HIR) vormen van de boekwinst bij verkoop van zijn oude onderneming als er sprake was van een bedrijfsverplaatsing. Ingeval van een staking van zijn onderneming, kon dat dus niet. De Hoge Raad oordeelde in 2010 al dat de voortzetting van een agrarische onderneming in Duitsland niet zonder meer leidt tot staking van die onderneming. De Hoge Raad stelt voorop dat een verplaatsing van de bedrijfsuitoefening niet leidt tot staking van een onderneming, als de identiteit van de onderneming wezenlijk dezelfde is gebleven.

Sinds 1 januari 2008 biedt in geval van staking artikel 3.64 Wet IB 2001 uitkomst, mits de boekwinst/HIR (in beginsel) binnen 12 maanden wordt geherinvesteerd in een nieuwe onderneming. Voordien bleef deze optie beperkt tot staking door overheidsingrijpen.

Tip
Wil uw cliënt een HIR vormen, zorg er dan voor dat het herinvesteringsvoornemen kan worden onderbouwd met bewijsstukken. Zolang het voornemen bestaat, kan de HIR maximaal blijven bestaan tot het einde van de 3-jaarstermijn. Dit betekent dat dit voornemen niet alleen in het jaar van de verkoop aantoonbaar moet zijn, maar ook in de drie daarop volgende kalenderjaren.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief