het venijn zit hier in de inkomstenbelasting in box 2. bij het overlijden moet over de werkelijke waarde minus de verkrijgingsprijs worden afgerekend in box 2; het is immers een beleggings-bv. deze waarde bedraagt € 1.000.000 en de verkrijgingsprijs is te verwaarlozen. er wordt dus € 269.000 afgerekend en de verkrijgingsprijs voor de erfgenamen bedraagt € 1.000.000. deze wordt verdeeld over vruchtgebruik (€ 600.000) en bloot eigendom (€ 400.000). de dividenden die binnen twee jaar na overlijden worden ontvangen, kunnen op de verkrijgingsprijs worden afgeboekt. we nemen hierbij even aan dat de verkrijgingsprijs van het vruchtgebruik van de echtgenote na deze twee jaar nog € 300.000 beloopt.

verliesverrekening
enkele jaren later overlijdt de echtgenote. het vruchtgebruik eindigt waardeloos, zodat een verlies in box 2 ontstaat van € 300.000. dit verlies kan in box 2 worden verrekend met het dividend over het lopende jaar en het voorafgaande jaar. het resterende verlies kan worden omgezet in een tax-credit, waarmee de box-1-belasting van het jaar van overlijden kan worden verrekend. onverrekende bedragen gaan definitief verloren. de verkrijgingsprijs bij de kinderen voor de (bloot eigendom van de) aandelen wordt niet verhoogd met het onbenutte deel van de verkrijgingsprijs van de aandelen.

tip
vererft bij een van je cliënten een beleggings-bv en wordt er aangestuurd op een vruchtgebruik van aandelen? wijs je cliënt dan op het bovenstaande.

 

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief