hof ‘s-hertogenbosch oordeelt dat het bestuurdersartikel (artikel 16 belastingverdrag nederland – italië) van toepassing is op een bedrag van € 3.000. de man heeft namelijk voldoende aannemelijk gemaakt dat de typische bestuursactiviteiten – het vaststellen en bespreken van de jaarrekeningen en het bijwonen van de algemene vergadering van aandeelhouders – uiterst beperkt zijn. dit gezien het bescheiden werknemers- en opdrachtgeversbestand van de bv. het merendeel van de vergoeding heeft betrekking op zijn werkzaamheden, bestaande uit marketing, in- en verkoopwerkzaamheden en het verlenen van technische adviezen, voor de italiaanse vennootschap.
dit betekent dat het werknemersartikel (artikel 15 belastingverdrag nederland – italië) van toepassing is op het restant van de vergoeding (€ 61.066). de inspecteur onderbouwt zijn stelling, dat alle werknemersactiviteiten in nederland zijn verricht, niet. daarom volgt het hof de stelling dat slechts 1/12e deel van de werkzaamheden in nederland is verricht. nederland is dus heffingsbevoegd ten aanzien van de bestuurdersbeloning van € 3.000 en € 5.088 (1/12e deel van € 61.066). ten aanzien van de hypotheekrente concludeert het hof dat er geen recht bestaat op aftrek. het hof komt tot die conclusie op basis van een stappenplan dat bij de uitspraak is gevoegd.