de van belang zijnde vraag is of er al dan niet voldoende samenhang is tussen de activiteiten in de gehele ondernemingsstructuur. binnen deze bv waren er meerdere objectieve ondernemingen te onderkennen. door de verkoop van het indirecte belang in de buitenlandse zelfstandige onderneming binnen de termijn van de voortzettingseis werd voor dit onderdeel niet meer voldaan aan het voortzettingsvereiste. het gevolg hiervan was een gedeeltelijke terugname van de bor-vrijstelling.

voortzettingseis 3 jaar of 5 jaar?
de voortzettingstermijn was tot 1 januari 2025 5 jaar. vanaf 1 januari 2025 is dat 3 jaar. dit betekent dat degene die de onderneming via schenking of vererving verkrijgt, de activiteiten ten minste 3 jaar moet voortzetten (artikel 35e sw). in het geval van aandelen in een bv dient de verkrijger van de aandelen deze minstens 3 jaar in zijn/haar bezit te houden en dient de bv haar activiteiten ten minste 3 jaar voort te zetten. als deze voorzettingstermijn van 3 jaar niet wordt volgemaakt, moet hiervan aangifte worden gedaan en wordt de verschuldigde belasting opnieuw berekend.

tip
de versoepeling van 5 jaar naar 3 jaar geldt alleen voor verkrijgingen die na 1 januari 2025 plaatsvinden. als niet meer aan de voortzettingseis wordt voldaan, dan moet hiervan aangifte worden gedaan binnen 8 maanden na het niet meer voortzetten.

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief