voor het ontbinden van de overeenkomst is het van belang dat de koper in verzuim is. koper is niet in gebreke gesteld. er moet dus worden gekeken naar andere gronden waarop verzuim kan zijn ingetreden. in eerste instantie stelt de verkoper dat de leveringsdatum een fatale termijn was, waardoor verzuim is ingetreden na het verstrijken van die datum. de hoge raad oordeelt echter dat van een fatale termijn geen sprake was.
vervolgens komt de vraag aan de orde of de verkoper uit de verklaring van de koper – dat hij niet eind 2011 zou kunnen afnemen – mocht afleiden dat de koper geheel tekort zal schieten in het nakomen van de overeenkomst. er werd echter niet verklaard dat de koper ook na 31 december 2011 de overeenkomst niet zou nakomen. hierdoor is dus ook geen verzuim ingetreden. de hoge raad ziet daarom geen grond om de vordering voor een verklaring tot recht – dat koper is tekortgeschoten in de nakoming van de verbintenis – toe te wijzen.