er moet onderscheid worden gemaakt naar twee situaties:
- eindigt de oude stamrechtovereenkomst nog bij 65 jaar en is de stamrechtingangsdatum niet formeel uitgesteld (wat mogelijk is)? dan moet de stamrechtuitkering uiterlijk ingaan op 31 december van het jaar waarin de gerechtigde aow heeft gekregen. de redelijke termijn van 6 maanden wordt dan opgerekt tot de uiterste fiscale ingangsdatum.
- is de expiratiedatum wél uitgesteld tot ergens in het jaar waarin de feitelijke aow-leeftijd is bereikt, dan is er bij in leven zijn nadien nog 6 maanden de tijd om de uitkering te laten ingaan. dit kan betekenen dat de uitkering aanvangt ná het kalenderjaar waarin de gerechtigde aow kreeg (uiterlijk 30 juni).
dit is onzes inziens de strekking van v&a 10-001, d.d. 20 juni 2019. voor het bepalen van de uiterste ingangsdatum van de stamrechtuitkering maakt het uit om welke situatie het gaat.