Een voorziening wordt opgenomen voor verplichtingen waarvan de exacte omvang of het moment van afwikkeling nog onzeker is. In de verslaggeving geldt dat de volgende drie (cumulatieve) voorwaarden van belang zijn:
- Er moet sprake zijn van een verplichting die haar oorsprong vindt vóór balansdatum.
- Er moet een redelijke mate van zekerheid bestaan dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is.
- De omvang van de verplichting moet betrouwbaar kunnen worden geschat.
Voorbeelden zijn voorzieningen voor garantieverplichtingen, reorganisaties of groot onderhoud. Bij een reorganisatievoorziening geldt bijvoorbeeld dat er vóór balansdatum al een concreet plan moet bestaan en dat betrokkenen hierover zijn geïnformeerd. Zonder een dergelijk besluit of heldere communicatie hierover kan er meestal nog geen voorziening worden gevormd.
Daarnaast is het belangrijk om te beseffen dat een voorziening niet wordt gebruikt om toekomstige verliezen of algemene bedrijfsrisico’s af te dekken. Alleen verplichtingen die hun oorsprong hebben in gebeurtenissen vóór balansdatum komen in aanmerking.
Tip
Controleer bij twijfel altijd of de verplichting feitelijk al is ontstaan vóór balansdatum. Als dat niet zo is, hoort de post meestal niet in een voorziening thuis. Deze kan hooguit worden aangehaald in de toelichting als niet in de balans opgenomen verplichting.