Wanneer de belangen van (een van) de partijen een onmiddellijke voorziening vereisen, kan de rechter deze geven. Het gaat dan echter om een voorlopige voorziening, die alleen voorziet in de meest spoedeisende onderdelen van het geschil, zodat partijen hiermee voorlopig vooruit kunnen.
Voorbeeld
Bedrijf A kan uit het niets zijn leveringen stoppen aan bedrijf B. Bedrijf B kan dan de voorzieningenrechter verzoeken om te beslissen dat bedrijf A de leveringen voorlopig moet voortzetten. Om een definitief oordeel te ontvangen over de geleden schade ten tijde van de stopzetting van de levering – of hoe nu in de toekomst verder met deze overeenkomst tot levering – moet er nog een zogenoemde bodemprocedure worden gestart. Dit is de gerechtelijke procedure die volgens de normale gang van zaken wordt gevoerd, waarbij de rechter zich heel uitgebreid een oordeel kan vormen over de kwestie.
Verklaring voor recht
De voorzieningenrechter kan geen verklaring voor recht afgeven. Een verklaring voor recht regelt de rechtsverhouding tussen partijen en schept duidelijkheid over ieders rechten en plichten. Er wordt bijvoorbeeld beslist of er wel of geen overeenkomst tot stand is gekomen, of wie er aansprakelijk is voor ontstane schade. Dit zou namelijk een definitief oordeel geven over ieders rechtspositie en dat is nu precies níet wat een rechter in een voorlopige voorziening mag doen.
Wil je weten of in jouw geval een kortgedingprocedure gestart kan worden? Neem dan contact op met mr. Pascalle de Hoon of mr. Natasja Rensen. Zij zijn als advocaat werkzaam bij Avanti Jure Advocaten, dat samenwerkt met Fiscount.