wanneer de vereiste aangifte niet is gedaan, kan ook omkering van de bewijslast volgen. de inspecteur moet dan wel via de normale bewijsregels aannemelijk maken dat daarvan sprake is. het feit dat de administratie dusdanig gebrekkig is dat deze niet als grondslag kan dienen voor de winst-/omzetberekening kan daarbij een rol spelen. in die situatie kan de inspecteur in eerste instantie volstaan met een gemotiveerde schatting van de winst/omzet. daarna moet de belastingplichtige aannemelijk maken dat zijn winst/omzet lager is dan het door de inspecteur berekende bedrag – en waarom.
schatting
anders dan de exploitant van de juwelierszaak betoogt, hoeft het oordeel van het hof (ten minste 75% brutowinstmarge is aannemelijk) niet in de weg te staan aan een redelijke schatting van die marge op 100%, zoals de inspecteur heeft gedaan. beoordelen of een schatting redelijk (niet willekeurig) is, verlangt namelijk een minder strenge toets dan beoordelen óf en in hoeverre het aannemelijk is dat de belastingplichtige een bedrag aan winst/omzet niet in zijn aangifte heeft verantwoord. die laatste beoordeling moet plaatsvinden op basis van de normale bewijsregels, met inachtneming van de regel over een gemotiveerde schatting. gelet op het een en ander, acht de hoge raad de oordelen van het hof met betrekking tot de gehanteerde brutowinstpercentages cassatieproof.
tip
wordt jouw cliënt geconfronteerd met omkering en verzwaring van de bewijslast? ga dan na of dit terecht is.