een werkgever heeft een langdurig zieke in dienst, met 21 november 2017 als eerste ziektedag. de wachttijd loopt dus af op 18 november 2019 en het opzegverbod bij ziekte eindigt een paar dagen later op 20 november 2019. op 19 december 2019 wordt een vaststellingovereenkomst (vso) gesloten. in de vso staat dat:

  1. het dienstverband wordt beëindigd per 1 oktober 2019, maar er wordt niet tot ontslag overgegaan omdat het dienstverband – geheel – in aangepaste vorm wordt voortgezet;
  2. de omvang van het dienstverband mét ingang van de toekenningsdatum van de wia (d.d. 19 november 2019) wordt teruggebracht tot 0.6 wtf.

het uwv weigert de compensatie, want in de vso staat dat het dienstverband per 1 oktober 2019 wordt beëindigd – dus binnen twee jaar! de rechter in beroep volgt dit standpunt. alleen de crvb wijkt hiervan af en stelt dat er per 1 oktober 2019 sprake is van een herplaatsing c.q. voortzetting van het dienstverband in gewijzigde vorm (100%) en dus niet van ontslag. het ontslag voor 0.4 wtf volgt pas per 19 november 2019. volgens de crvb is dit niet binnen 2 jaar (ecli:nl:crvb:2024:297 rov 4.6) en heeft het uwv ten onrechte de compensatie geweigerd.

commentaar
de crvb slaat hier de plank mis! zij miskent het verschil tussen de 104 weken en de periode van twee jaar. de eerste ziektedag was 21 november 2017, waardoor het opzegverbod bij ziekte dus eindigt op 20 november 2019. houd bij gedeeltelijke compensatie rekening met nieuw bedongen arbeid met alle gevolgen van dien.

heb je vragen over werknemersverzekeringen, uwv-problematiek of arbeidsongeschiktheid? neem dan contact op met mr. joyce b.e. paashuis via j.paashuis@fiscount.nl / 06-546 88 230 met gert-jan van dijk of monique de graaf.

 

Altijd op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op jouw vakgebied?
Schrijf je dan nu in voor onze e-mail nieuwsbrief